3. Wat zijn de spelregels?

  1. Vooraf aan het spelen worden de namen willekeurig opgehangen. Team A hangt links op het bord, begint en gebruikt de blauwe pijl op het scorebord. Team B gebruikt de rode pijl op het scorebord.
  2. Men legt de werpcirkel op de grond. Team A gooit het but (houten doelballetje) vanuit de cirkel op een afstand tussen de 6 en 10 meter van de cirkelrand.
  3. Een speler van team A gooit onderhands en met beide voeten op de grond in de cirkel een boule zo dicht mogelijk bij het but.
  4. Een speler van team B probeert nu zijn boule dichterbij het but te werpen. De boule van team A mag hierbij worden weggeschoten of het but mag met de boule verplaatst worden. Team B blijft proberen dichterbij te komen tot het gelukt is.
  5. Komt de boule van team B dichterbij dan is team A weer aan de beurt om dichterbij te komen. Men gaat hiermee door tot het gelukt is.
  6. Zo blijven de teams afwisselend werpen totdat één van de teams geen boules meer heeft. Vervolgens probeert het andere team de resterende boules ook dichter bij het but te werpen dan de boules van de tegenpartij. Of ze proberen de dichtst bij het but zijnde boule van de tegenpartij weg te schieten.
  7. Iedere boule die dichterbij het but ligt dan de beste boule van de tegenpartij telt voor 1 punt.
  8. Het team dat de werpronde heeft gewonnen, werpt het but opnieuw uit vanaf de plaats waar het but ligt en plaatst de eerste boule.
  9. Het team dat als eerste 13 punten uit de diverse werprondes verzamelt, wint de partij.

In het hieronder afgebeelde voorbeeld heeft team A 2 punten gescoord. Twee van hun boules liggen dichterbij het but dan de beste boule van team B.